Onderbouw

In de onderbouw zitten kinderen in de leeftijd van drie tot zes jaar.

Vanaf het derde levensjaar worden de kwaliteiten, vermogens en kennis, die kinderen zich eerder hebben aangeleerd, geconsolideerd. Dit wordt ook wel gekenmerkt door de verandering die het kind maakt van passief naar actief: ‘help mij het zelf te doen’. Het kind krijgt hier de ruimte om door zijn handelen te ervaren en te ontdekken. Het kind wordt gesteund in zijn ontwikkeling tot onafhankelijkheid en zelfstandigheid. Tegelijkertijd leert het kind verantwoordelijkheid te nemen voor zijn acties en keuzes.

Kinderen houden zich in de onderbouw o.a. bezig met:

Taal

Ervaring gaat vooraf aan de taal. Om deze reden worden kinderen zo vaak mogelijk aan de werkelijkheid blootgesteld, nog voordat er nieuwe woorden ter uitbreiding van de woordenschat geïntroduceerd worden. Er wordt veel aandacht besteed aan gesproken taal door middel van verschillende werkvormen. Vanaf het derde levensjaar worden kinderen begeleid in het ontdekken van klanken in woorden. Daarna leren ze de symbolische letters. Dit stelt de kinderen in staat om te schrijven met losse letters, nog voordat ze kunnen lezen. Het leesproces komt snel op gang vanaf het vierde levensjaar. Lezen wordt nog verder geoefend met materiaal dat tegelijkertijd biologie, geografie en geschiedenis introduceert (alomvattend kosmische educatie genoemd). Deze werkjes sluiten direct aan bij het werk dat in de volgende fase (de middenbouw) aangeboden wordt.

Rekenen

De rekenlijn van het Montessori-curriculum is fascinerend. Het is een goed doordacht programma waarbinnen het kind kennis maakt met de concrete beginselen van rekenen. Het materiaal leidt het kind stapsgewijs tot abstractie. Kinderen op de jonge leeftijd van vijf jaar kunnen bewerkingen tot tienduizenden zonder huivering uitvoeren, door gebruik te maken van concreet materiaal. Op deze leeftijd absorberen kinderen alles, waardoor de vier hoofdbewerkingen geautomatiseerd worden: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, zowel vanuit het hoofd als cijferend. Deze vaardigheden beheersen de kinderen in de onderbouw, doordat ze concreet met het materiaal werken. Dit is een voorbereiding op het verdere, meer abstracte werk in de middenbouw.

Oefeningen voor het dagelijks leven

In de onderbouw ontwikkelen en verfijnen de kinderen hun motorische vaardigheden door middel van oefeningen voor het dagelijks leven. Volwassenen zijn voortdurend bezig zorg te dragen voor hun omgeving. Jonge kinderen nemen dit waar en kopiëren dit gedrag graag. Ze vinden het heerlijk om tafels schoon te maken, ramen te zemen, vloeren te vegen en planten te verzorgen. Ze helpen ook graag mee in de keuken door groenten te snijden, fruit te schillen, brood te bakken en drinken in te schenken voor klasgenootjes. Door deze handelingen verfijnen kinderen hun motorische vaardigheden. Ook ervaren ze op deze manier wat het effect van deze handelingen op hun omgeving is en ontwikkelen zij zodanig verantwoordelijkheidsbesef. Ze leren voor zichzelf en hun omgeving zorg te dragen. Tijdens de oefeningen voor het dagelijks leven worden hun concentratie en spanningsboog vanzelfsprekend geoefend.

Expressie

In de onderbouw krijgt het kind grip op de wereld. Het kind geeft zelf uitdrukking aan zijn wereldbeeld. We bieden de materialen en de mogelijkheden hiervoor aan. Kinderen leren vaardigheden ten aanzien van schilderen, boetseren, knippen, plakken, tekenen, zingen, dansen etc.

Intellectuele wandelingen

Op Casa is er ruimte voor zogenoemde ‘intellectuele wandelingen’. Kinderen uit de onderbouw hebben de mogelijkheid om alvast ‘voor te proeven’ in de middenbouw. Doordat onder- en middenbouw bij elkaar in het pand zitten, kunnen de oudere onderbouwkinderen gemakkelijk binnenlopen bij de middenbouw om daar een werkje te doen. Een middenbouwer kan een onderbouwer helpen en leert hier zelf ook weer van.

Iedere onderbouwgroep heeft een vast begeleidersteam.