Montessori-benadering

De Montessori-benadering biedt een breed spectrum aan leerstof om het kind te steunen op zijn ‘levensweg’.

Hij is ontworpen als hulpmiddel zodat het kind zich kan ontwikkelen tot een volwaardig mens. De benadering kent succes omdat hij principieel gericht is op de ontwikkelingsfases zoals Maria Montessori ze identificeerde.

Dr. Montessori ontdekte door middel van observatie vier verschillende fases in het leven van een mens. De ontwikkelingsfases zijn verschillende periodes in de ontwikkeling van een mens. We noemen ze ook wel de periodes van groei. Het gaat er niet om dat een kind ouder en groter wordt, maar dat een kind zich ontwikkelt tot een compleet functionerende individuele persoon.

Elke fase is een voorbereiding voor de volgende fase. De veranderingen maken een volwassene. Iedere fase kent zijn eigen karakteristieken en het kind laat verschillend gedrag zien in iedere fase. Gekeken vanuit het leerproces zien we dat de verschillen tussen de fases complex zijn. Er is niet alleen een verschil in de capaciteit van het kind om dingen te observeren, maar ook verschillen in sociaal gedrag, hoe het kind omgaat met zijn klasgenoten en hoe hij zijn affectie toont naar andere mensen. Er zijn ook verschillen in de omgeving die wij de kinderen voor iedere fase bieden.

  • Fase 1: Fase van zelfconstructie. (Kinderen in de leeftijd van 0 t/m 6 jaar.)
  • Fase 2: Fase van rust en geluk. (Kinderen in de leeftijd van 6 t/m 12 jaar.)
  • Fase 3: Fase van volwassen worden en creatie. (Jong volwassenen in de leeftijd van 12 t/m 18 jaar.)
  • Fase 4: Fase van volwassen zijn. (Volwassenen in de leeftijd van 18 t/m 24 jaar.)

Op onze school zien we kinderen in de eerste twee fases.

Minisamenleving

We moedigen individualiteit binnen een minisamenleving aan, waarin elke leerling verantwoordelijk is voor zowel zichzelf als voor de grotere gemeenschap. Onze voorbereide omgeving, ontworpen naar wetenschappelijk verantwoorde principes, biedt leerlingen de vrijheid om vanuit zichzelf handelend te werken. Hun innerlijke passie om te leren wordt aangemoedigd en geeft ze de gelegenheid spontaan en doelgericht aan de slag te gaan, onder toezicht van een opgeleide begeleider. Door zo te werken, ontwikkelen leerlingen concentratie en zelfdiscipline en ervaren ze vreugde in het oplossen van problemen. Binnen een gestructureerde omgeving werken ze op hun eigen tempo, afhankelijk van hun capaciteiten.

Begeleiding

De leerlingen worden begeleid door opgeleide volwassenen, die hen op het moment dat ze er klaar voor zijn, laten zien hoe ze het werk het best aan kunnen pakken. De begeleider observeert en beoordeelt op grond van de observatie wat de volgende stap voor het kind zal moeten zijn. Er wordt altijd gebouwd op bestaande kennis en kunnen. De begeleider onderwijst het kind niet, maar introduceert geschikt materiaal op een goed moment zodat het kind zelf meester is van zijn leerproces.

Kenmerken Montessori-onderwijs

De primaire kenmerken en richtlijnen voor ontwikkeling binnen de Montessori-omgeving zijn:

  • Individueel gericht. Kinderen werken op eigen tempo en eigen niveau.
  • De drang om te leren komt vanuit het kind. Het kind kiest zijn eigen werk.
  • Zij doen dit in een goede voorbereide omgeving. Dit is een huiselijke omgeving waar kinderen zich thuis voelen. Een omgeving die ordelijk ingericht is en kinderen uitnodigt en prikkelt om aan het werk te gaan.
  • Kinderen zitten in grote groepen met verschillende leeftijden. In groepen waarin meer kinderen in verschillende leeftijdscategorieën zitten zie je veel stimulans, dynamiek en uitdaging. Kinderen kunnen actief met elkaar aan het werk zijn. De groep is een uitstekend leergebied om met en van elkaar te leren.
  • Omdat kinderen verschillende ontwikkelingsfases en gevoelige periodes doormaken, zijn de kinderen in groepen verdeeld. Een onderbouw (3-6 jaar), een middenbouw (6-9 jaar) en een bovenbouw (9-12 jaar).

Meer informatie vindt u in het pedagogisch beleidsplan van Casa.